Zo herken je een houtsoort

Illustratie van planken met verschillende nerfpatronen onder een vergrootglas

Wil je een houtsoort herkennen, kijk dan in deze volgorde naar de nerf, de kleur, het gewicht en de poriën in het kopshout. Daarmee breng je duizenden soorten terug tot een paar mogelijkheden. Met een fotoherkenner als LasWood bepaal je vervolgens binnen enkele seconden welke het is. Hier lees je de volledige methode, zoals houtsorteerders die gebruiken, maar dan zonder microscoop.

  1. Maak vers hout zichtbaar. Schuur of schaaf een klein stukje. Afwerking, vuil en verkleuring verhullen de echte kleur en nerf.
  2. Bekijk de nerf bij goed licht. Let op of de lijnen recht, golvend of kruislings lopen en of je de poriën als open groeven ziet.
  3. Voel het gewicht. Vergelijk de plank met een houtsoort die je kent. Eikenhout voelt zwaar aan; grenen en populierenhout zijn relatief licht.
  4. Bekijk het kopshout. Kijk hoe de poriën over de jaarringen verdeeld zijn. Bij eikenhout liggen ze in banen; bij esdoornhout zijn ze gelijkmatig verspreid.
  5. Maak een foto ter bevestiging. Fotografeer het schoongemaakte oppervlak of kopshout bij daglicht en laat LasWood de houtsoort, hardheid en gebruikelijke toepassingen bepalen.

Begin bij de nerf

De nerf is je eerste aanwijzing: je hebt er geen gereedschap voor nodig. Rechte, gelijkmatige lijnen met een fijne structuur wijzen op esdoorn- of kersenhout. Grove, open groeven waar je nagel in blijft haken, passen bij eiken- of essenhout. Een kruislings, lintachtig patroon dat verandert met de lichtinval zie je vaak bij tropische soorten als sapeli en mahonie.

Bekijk een vlak van minstens enkele centimeters lang. Een kort reststuk kan bij een knoest een grillige nerf vertonen die niets over de houtsoort zegt.

Kleur helpt, maar kan misleiden

Vers kersenhout is lichtroze en verkleurt binnen enkele maanden naar roodbruin. Walnotenhout wordt juist lichter naarmate het ouder wordt. Beits maakt het nog lastiger. Gebruik kleur daarom om een vermoeden te bevestigen, niet als vertrekpunt. Verschillen twee mogelijke soorten vooral in kleur? Schuur dan een onopvallend hoekje en beoordeel het verse hout.

Gewicht en hardheid

Met het gewicht onderscheid je houtsoorten die op elkaar lijken. Een even groot stuk rood eikenhout weegt ongeveer twee keer zoveel als hout van de weymouthden. Druk je nagel in een rand: ontstaat er met weinig kracht een deukje, dan heb je naaldhout of een zachte loofhoutsoort zoals populierenhout. Hard esdoornhout krijgt nauwelijks een afdruk.

Kopshout geeft de doorslag

Houtsoorten die op het vlak op elkaar lijken, kunnen op het kopshout sterk verschillen. Bij eikenhout liggen de poriën in banen langs de jaarringen. Bij esdoornhout zijn kleine poriën gelijkmatig verspreid. Walnotenhout zit daar tussenin. Maak een scherpe zaagsnede of schuur het kopshout kort en veeg er wat water overheen om de jaarringen en poriën beter te zien.

Soortprofiel in LasWood met toepassingen van walnotenhout: meubels, kasten, fineer en houtsnijwerk
Bij elke herkenning krijg je een profiel met toepassingen, hardheid en hoe geschikt de houtsoort is voor beginners.

Wanneer gebruik je fotoherkenning?

Met de hand kom je meestal tot het geslacht. Voor de exacte soort, of voor tropisch hout dat je nog nooit hebt gezien, is fotoherkenning handig. Daar is LasWood voor gemaakt: fotografeer de nerf, schors of een plank en ontdek de houtsoort, hardheid, beste toepassingen en tips voor de afwerking. Nog vragen? Stel ze in Tree Chat en bekijk de bijbehorende video's van experts.

Veelgestelde vragen

Moet ik het kopshout zien om een houtsoort te herkennen?

Nee, een scherpe foto van de nerf op het vlak is voor de meeste gangbare soorten voldoende. Kopshout is vooral nuttig bij sterk gelijkende soorten, zoals rood en wit eikenhout, en bij tropisch hout.

Kun je hout herkennen onder verf of een dikke afwerklaag?

Niet betrouwbaar. Schuur eerst een klein, onopvallend stukje kaal. Een vers stukje hout ter grootte van een munt is meestal genoeg.